Blog

Lennart Fuchs: Workshop 100% plantaardige mest maakt alternatief inzichtelijk

Lennart Fuchs: Workshop 100% plantaardige mest maakt alternatief inzichtelijk

Plantaardige mest is een begrip wat bij menigeen toch wel veel vragen op zal roepen. Het telen van stikstof fixerende planten voor directe bemesting, hoe gaat dat in z’n werk? Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Door verschillende proeven en experimenten in de afgelopen 10 jaar, kunnen deze vragen nu voor een deel beantwoord worden in de door Biologisch Netwerk, Land & Co en BD- akkerbouwer Joost van Strien georganiseerde workshop ‘100% plantaardige mest.’

Keukentafelgesprek voor meer interactie

Na het welkom met een kop koffie, begon het ‘keukentafelgesprek’ met een voorstelronde van de 11 deelnemers: akkerbouwers, veetelers, kruidentelers, een fruitteler, een transitiebegeleider/ belangenbehartiger en twee studenten, vanuit verschillende regio’s van het land en van gangbaar tot biodynamisch. De vorm, een keukentafelgesprek in plaats van een eenzijdige presentatie, bevorderde de interactie tussen de gasten en zorgde ervoor dat de meest relevante onderwerpen werden besproken. Dit creëerde een prettige en open sfeer, waarin iedereen zijn zegje kon doen. De algemene interesses gingen uit naar de mogelijkheden en haalbaarheid van plantaardige mest op het bedrijf.

Maaimesttoffen enige bemesting

Het huidige concept van plantaardige mest via maaimeststoffen is ruim 10 jaar geleden ontwikkeld door het Louis Bolk Instituut in samenwerking met Joost. Er werden wat kleine proeven opgezet om de bemestende werking van gras-klaver en luzerne te onderzoeken en te vergelijken met dierlijke mest. In 2012 is dit opgevolgd door de proef ‘Planty Organic’ in de Kollumerwaard, bij de SPNA i.s.m. het Louis Bolk Instituut. Er werd een 6-jarige biologische akkerbouwrotatie op 5 hectare ontworpen, op basis van maaimeststoffen als enige bemesting om stikstof beschikbaar te maken voor hoofdgewassen. Hierin bleek het mogelijk om met maaimeststoffen een haalbare akkerbouwrotatie te verwezenlijken met representatieve gewasopbrengsten.

Gras-luzernemengsel als stikstofmotor

Een kwestie die tijdens de workshop ter sprake kwam, was de functie van de koe in het systeem. Een keten zonder de koe zou mogelijk korter zijn en minder verliezen met zich meebrengen, maar hoe past dit binnen het plaatje van een biodynamische boerderij? Of zou het bodemleven (de regenworm) de rol van de koe kunnen overnemen? Er zal bij maaimeststoffen minder stikstof verloren gaan maar om die stikstof op het goede moment weer beschikbaar te krijgen voor de gewassen vereist wel enige kennis en een goede werkwijze. Afgelopen jaar, werd op Zonnegoed de beslissing gemaakt om voor de bemesting geheel over te gaan op plantaardige mest, dit naar aanleiding van het onderzoek van afgelopen jaar over het hoge aantal pesticiden in biologische dierlijke mest. In de 8-jarige gewasrotatie op Zonnegoed, wordt 2 van de 8 jaar een gras-klaver-luzerne mengsel geteeld, wat de stikstofmotor van het bedrijf wordt. Dit mengsel zal 3x per jaar gemaaid, gehakseld en ingekuild worden, om het later op een ander veld in organische vorm aan te brengen als plantaardige meststof. Joost gaf aan dat hij de maaimeststoffen 2-3 weken voor het zaaien opbrengt op het veld en licht inwerkt om de mineralisatie te bevorderen.

Een vochtige bodem en een rijk bodemleven helpt daarbij. Na het inwerken van vlinderbloemigen, zal er in het jaar nog een significante nagift aan stikstof zijn, alsook jaren erna. Vanuit de literatuur weten we dat luzerne 300-400 kg N per jaar kan opleveren in het geoogste maaisel, waarnaast nog een aandeel in ondergrondse delen. Omdat vlinderbloemigen enkel stikstof fixeren, kunnen andere nutriënten als P en K worden aangevuld met compost.

Een interessant discussiepunt wat ter sprake kwam was het maaimeststof-mengsel wat gebruikt zou worden. Luzerne en klaver hebben een bewezen hoge potentie om veel stikstof vast te leggen maar het toevoegen van andere soorten en niet-vlinderbloemigen kan de weerbaarheid en pest gevoeligheid mogelijk verminderen en tot een hogere biodiversiteit leiden. Aan het einde van de sessie waren verschillende aanwezigen extra geïnteresseerd geworden, hoewel ook bleek dat de noodzaak voor plantaardige meststoffen niet op alle bedrijven en in alle regio’s even groot is. Voornamelijk voor bedrijven die geen directe toegang tot dierlijke mest hebben, lijkt het een goed alternatief om te overwegen.

Lennart Fuchs:

Ik ben Lennart Fuchs, student aan de Wageningen Universiteit, en schrijf mijn scriptie Plant Production Systems. Het onderwerp van mijn scriptie is de landbehoefte van alternatieve meststoffen (geen kunstmest). Hierbij hoop ik een goede inschatting te kunnen maken van de hoeveelheid extra land die nodig is om te voorzien in de mestkringloop. De alternatieve meststoffen waar ik op ga focussen zijn maaimeststoffen, zoals bij Joost, maar ook dierlijke meststoffen en biogas digestaat. Hiervoor wil ik dan berekenen hoeveel land het verbouwen van maaimeststoffen of voedergewassen in gebruik neemt. Daarom was het voor mij heel interessant om deel te nemen aan de workshop bij Joost. Zeker om ook de praktische kant wat meer te zien en ook de overwegingen van de telers in acht te nemen. Daarnaast zijn er veel dingen die je uit ervaring en discussie beter kan leren dan vanuit de literatuur of puur onderzoek. Ik vind het daarom ook belangrijk om aan zulke evenementen mee te doen en om zulke aspecten mee te nemen in het onderzoek. Dat maakt het mijns inziens veel completer en beter toepasbaar in de praktijk. Ik heb dus veel opgestoken van de workshop en hoop dat ik ook het nodige heb kunnen bijdragen hieraan.